Thema van de maand
Februari: maand van de gebitscontrole.

Februari is door dierenartsen uitgeroepen tot de maand van de gebitsverzorging bij hond en kat. Deze speciale maand staat in het teken van extra aandacht voor een gezond gebit.
Vier op de vijf dieren ouder dan 3 jaar hebben gebitsproblemen. Dit wordt met name veroorzaakt door tandplak en tandsteen. Naarmate dieren ouder worden groeit ook de kans op het ontstaan van tandvleesproblemen. Verwaarloosde gebitsproblemen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid van honden, varierend van slechte adem tot verlies van tanden of zelfs ontstekingen in lever, hart of nieren.
Wij willen u erop wijzen dat een gezond gebit belangrijk is voor uw huisdier en dat u het ontstaan van tandsteen en tandplak kunt voorkomen. Het probleem bij tandsteen is dat het slijmvlies bij de tanden en kiezen aangetast wordt en dat uw huisdier dus gebitselementen kan verliezen. Een behandeling onder sedatie is dan de enige methode om het probleem weer te verhelpen.
Niet alleen kan uw hond of kat de tanden en kiezen verliezen. Nog een gevolg is dat bacteriën uit de mondholte elders in het lichaam ontstekingen kunnen geven. Met name op de hartkleppen, in lever en nieren.
Regelmatige gebitsverzorging is nodig om bovengenoemde problemen te voorkomen. Gelukkig kunt u zelf met een paar simpele handelingen tandbederf tegengaan.

Laat het gebit van uw huisdier nakijken!
Tijdens de maand van de gebitscontrole kunt u een afspraak maken om tegen gereduceerd tarief het gebit van uw hond of kat te laten nakijken. Tevens kunnen wij u inlichten omtrent voeding, bacterieremmende vloeistof en poetsadvies geven.
Mocht er toch al teveel tandsteen zijn ontstaan, dan is een uitgebreidere gebitsbehandeling nodig. Daar uw huisdier niet uit zichzelf met de mond open zal gaan liggen, is hiervoor een lichte sedatie nodig. Wij kunnen dan alle tandsteen grondig verwijderen met een ultrasoon apparaat en tevens alle gebitselementen aan een nauwkeurige inspectie onderwerpen. Na het reinigen wordt het gebit gepolijst zodat nieuwe tandplak minder snel aanhecht.
Met een dergelijk schoon gebit in combinatie met alle verkregen adviezen omtrent gebitsverzorging, kunnen u en uw huisdier fris het voorjaar in!
December: Fijne feestdagen!
Veel huisdieren, vooral honden en katten, zijn bang voor vuurwerk. De jaarwisseling is voor deze dieren dan ook geen pretje. Daarom adviseren wij u om nu alvast na te denken over de maatregelen die u dit jaar kunt treffen om de jaarwisseling ook voor uw huisdier zo prettig mogelijk te laten verlopen. Bekijk ons ‘100 seconden dierenarts’-filmpje.
www.100seconden.nl/100sec/thema/dierenarts-honden/105226/
November: Wereld Suikerziekte Maand.
Suikerziekte - ofwel diabetes mellitus - is een aandoening die wordt veroorzaakt door een tekort aan insuline, wat invloed heeft op de bloedsuikerspiegel van uw hond of kat. De suiker (glucose) is afkomstig uit het voer dat uw huisdier eet. Het voer wordt door het spijsverteringsstelsel in kleine onderdelen afgebroken om het lichaam van energie te voorzien. Glucose is een van deze onderdelen en een belangrijke bron van energie.
Glucose wordt vanuit de darmen in de bloedsomloop opgenomen en naar cellen in het gehele lichaam gevoerd. Deze cellen hebben insuline nodig om glucose te kunnen opnemen. Insuline wordt door de pancreas (alvleesklier) aangemaakt al naar gelang de hoeveelheid glucose in het bloed. Gezonde huisdieren maken gemakkelijk insuline aan, maar dieren met suikerziekte niet. Bij honden en katten met suikerziekte stapelt de hoeveelheid glucose in het bloed zich op.
Honden en katten met suikerziekte kunnen andere gezondheidsproblemen ontwikkelen, vaak na een jaar of langer met suikerziekte te hebben geleefd. Bij honden is staar de meest voorkomende complicatie, met blindheid als uiteindelijk gevolg; bij katten zijn zwakke achterpoten veel voorkomend. Deze complicaties kunnen worden voorkomen of uitgesteld door ervoor te zorgen dat de bloedsuikerspiegel niet te hoog wordt. Daarom is vroege diagnose van suikerziekte bij uw hond of kat van essentieel belang.
Risicofactoren voor suikerziekte zijn:
- leeftijd (komt meer voor op oudere leeftijd)
- niet-gesteriliseerde teefjes
- gecastreerde katers
- erfelijkheid
- overgewicht
- sommige rassen hebben een verhoogd risico
Er bestaat geen genezing voor suikerziekte, maar de ziekte kan goed worden behandeld. Meestal moet dagelijks insuline worden geïnjecteerd om het insulinegehalte bij uw huisdier te herstellen en het bloedglucosegehalte te reguleren. Het dieet van uw huisdier speelt ook een belangrijke rol in het reguleren van suikerziekte. Beweging is in principe goed, maar wel gecontroleerd. Regelmatige controles bij de dierenarts zullen helpen de suikerziekte te reguleren.
Vertoont uw hond of kat een van de volgende symptomen?
- veel dorst
- veel plassen
- sterke eetlust maar toch gewichtsverlies
- verminderde activiteit
- dunnere, drogere of doffe vacht
Zo ja, maak dan een afspraak om uw dier te controleren op suikerziekte. Met behulp van de juiste behandeling en controle kunnen honden en katten met suikerziekte een gezond, gelukkig en actief leven leiden!
Oktober: Elke dag Dierendag!
Dierendag staat weer voor de deur: we proberen allemaal net dat beetje extra aandacht aan ons huisdier te schenken. Vooral kinderen doen hier altijd graag aan mee, zij hebben aan hun huisdier vaak een bijzondere vriend en een leuke speelkameraad. Het blijkt dat kinderen die met een huisdier opgroeien zich beter kunnen verplaatsen in andere mensen en dieren. Maar er zijn ook risico’s aan dit samenleven verbonden, vooral waar het de combinatie kinderen en honden betreft. Er kunnen ongelukken gebeuren door omver lopen, opspringen of bijten.
Jaarlijks worden er ongeveer 150.000 Nederlanders door een hond gebeten. Het blijkt dat de meeste bijtincidenten thuis plaatsvinden met de eigen hond of een bekende hond en dat jonge kinderen vaak het slachtoffer zijn. Soms doen kinderen bewust of onbewust iets waardoor de hond bijt. U zult zowel de hond als het kind goed moeten begeleiden bij hun omgang met elkaar. Een goed opgevoede hond en een kind dat de regels in de omgang met de hond kent, is de succesformule voor het veilig opgroeien van hond en kind. Bovendien is het belangrijk om honden en jonge kinderen nooit met elkaar alleen te laten.
Ook als hond en kind al samen zijn binnen uw gezin is het belangrijk de ontwikkelingen goed in de gaten te houden. Zo kan het gedrag van de hond in de puberteit ineens anders worden. Het kan ook zijn dat de hond ergens pijn heeft, of dat er iets gebeurd is wat hem onzeker maakt. Maar ook uw kinderen veranderen en kunnen het ineens spannend vinden om de hond uit te dagen. Iedere leeftijdsfase verdient een specifieke aanpak.
Als u het idee heeft dat er toch gevaarlijke situaties ontstaan, is het niet verstandig om dit te negeren of goed te praten. Als u de problemen tijdig signaleert en op een juiste manier aanpakt, is er vaak heel veel te doen aan problemen in het gedrag! Als u er zelf niet uitkomt, schakel dan op tijd een hondengedragstherapeut in. Wij kunnen u in deze adviseren. Hoe langer u wacht met het inroepen van hulp, hoe meer het probleemgedrag zich kan ontwikkelen en hoe moeilijker het is om dit weer om te buigen. Raskenmerken bieden geen garantie op bepaald gedrag. Toch zijn er rassen die in het algemeen beter voldoen in de omgang met kinderen dan anderen. U kunt ook veel informatie over dit onderwerp vinden op www.licg.nl. Om de omgang tussen honden en kinderen soepel te laten verlopen is het goed om een aantal basisregels te hanteren:
1. Laat kinderen nooit met honden alleen.
2. Laat een kind de hond nooit recht in de ogen kijken.
3. Leer kinderen om eerst toestemming te vragen voor ze een hond aaien.
4. Laat een kind de hond niet over zijn kop of rug aaien, maar op de borst, aan de zijkant van de hals of onder de kin.
5. Leer kinderen om niet te rennen waar de hond bij is.
6. Kinderen mogen een hond geen commando’s geven.
7. Laat kinderen geen trek- of stoeispelletjes met de hond spelen.
8. Voorkom dat een kind de hond plaagt of (al dan niet per ongeluk) pijn doet (bijvoorbeeld aan de haren, oren of staart trekken).
9. Sta de hond niet toe tegen kinderen op te springen.
10. Leer een hond om niet achter kinderen aan te rennen.
Laten we er samen voor zorgen dat we meer begrip kunnen kweken tussen honden en mensen en dat u en de rest van uw gezin nog jarenlang heel veel plezier kunt hebben van uw hond: elke dag een beetje dierendag!
September: Huisdierverzekeringen.
Uw hond of kat is voor zijn verzorging volledig afhankelijk van u. Op zich is dat geen probleem, u doet dat immers met plezier en u krijgt er ook veel voor terug. Maar ook uw hond of kat kan een ongeluk krijgen of onverwacht ziek worden. Vaak kunnen wij gelukkig uw huisdier weer (volledig) genezen. Dat kost echter wel geld, soms zelfs veel geld. Bijvoorbeeld de kosten voor het genezen van een gebroken poot kunnen flink oplopen.
U bent wellicht niet altijd financieel voorbereid op onverwachte (hoge) medische kosten voor uw hond of kat. Gelukkig is het tegenwoordig mogelijk om voor uw huisdier een ongevallen- of ziektekostenverzekering af te sluiten. Net zoals u zelf verzekerd bent, is uw huisdier dat dan ook.
Helaas komt het bij ons nog dagelijks voor in de praktijk dat mensen tegen ons zeggen: “Oh, had ik mijn huisdier maar verzekerd…”, maar dan is het te laat. Beter kunt u tijdig informeren bij de verzekeraars en een premieberekening laten uitvoeren. Wijzelf zijn geen tussenpersoon van deze verzekeringen. Wij raden u dan ook aan om zelf verschillende aanbieders van huisdierverzekeringen te vergelijken. Bekend zijn Proteq en Petplan, maar ook Kruidvat, Hema en Ohra hebben een huisdierverzekering in hun pakket. Laat u zich op de betreffende websites informeren omtrent de dekking en premie. Mocht het pakket u bevallen, dan kunt u dit veelal direct online in orde maken. Juist in deze crisistijd gingen veel mensen u voor!
Een prettige zekerheid, voor u en natuurlijk ook voor uw huisdier. U weet dan dat u altijd de medische zorg kunt geven die nodig is, zonder dat u zich zorgen hoeft te maken over de kosten. Dat voorkomt een hoop (financieel) leed.
Zomer: De invloed van castratie.
We weten allemaal dat hormonen het gedrag van jonge honden (in de puberteit) beinvloeden. Dat deze invloed zelfs al in de baarmoeder geldt, is voor veel mensen echter onbekend. Uit onderzoek blijkt dat er beinvloeding is door mannelijke hormonen van vrouwelijke dieren die met mannelijke dieren in de baarmoeder liggen. Dit fenomeen is bij allerlei zoogdieren bekend. Bij knaagdieren bestaat het positie-effect, wat inhoudt dat vrouwtjes die naast een mannetje liggen sterker worden beinvloed door mannelijke hormonen dan vrouwtjes die niet naast een mannetje liggen. Bij runderen kan het zelfs zijn dat de vrouwelijke helft van een tweeling geboren wordt met zowel vrouwelijke als mannelijk geslachtskenmerken. Bij de hond beperkt deze invloed zich tot gedragsneigingen.
Met andere woorden: teefjes uit een nest met veel reutjes zijn vaak wat “vermannelijkt”. Wij merken hier meestal maar weinig van, omdat deze mannelijke hormonen worden onderdrukt door de eigen vrouwelijke hormonen van de teef. Wanneer we echter dit teefje gaan castreren, valt de dempende werking van de vrouwelijke hormonen weg. Hierdoor ontstaat een verhoogde kans op toename van agressief en/of mannelijk gedrag (o.a. “fietsen”, urineren met geheven poot).
Het is dus van belang even na te denken over de beslissing tot castratie, als deze genomen wordt ter voorkoming van bepaalde gedragsproblemen zoals weglopen, onrust/opwinding en (overmatig) sexueel gedrag. Hoewel in de meeste gevallen castratie dan de aangewezen oplossing is, zien we toch soms teven waarvan de gedragsproblemen juist verergeren.
Goede navraag over de gedragsproblemen en de samenstelling van het nest waruit een teef afkomstig is, kan dus helpen bij het adviseren ovver de beslissing: castreren of niet.
Mei: Week van het Huisdier.
Weet jij genoeg van huisdieren en kun je de fabels van de feiten onderscheiden? Of moet je toch schoorvoetend bekennen dat je er minder van weet dan je denkt. De Week van het Huisdier, die dit jaar van 14 tot en met 22 mei door het hele land gehouden wordt, staat helemaal in het teken van feiten en fabels over huisdieren.
In april is de voorjaarscampagne ‘feit of fabel’ van het LICG (Landelijk InformatieCentrum Gezelschapsdieren) van start gegaan. Deze campagne nodigt huisdierenbezitters, en mensen die misschien een huisdier willen aanschaffen, uit om te kijken hoeveel zij weten over huisdieren. Over het verzorgen van huisdieren bestaan namelijk veel misverstanden oftewel fabels. Om goed voor een dier te kunnen zorgen, moet je veel weten over wat voor soort dier het is, hoe het van nature leeft, wat het eet, hoe het graag gehuisvest wordt en nog veel meer. Met prikkelende stellingen daagt het LICG iedereen uit om aan te geven of de stelling een feit of fabel is.
De campagne eindigt met de Week van het Huisdier. Tijdens deze jaarlijks terugkerende week krijgen bezoekers van onze dierenkliniek een leuke puzzelposter. Op deze puzzelposter staan niet alleen puzzels voor het hele gezin, maar ook allerlei interessante wetenswaardigheden en uitdagende fabels en feiten over huisdieren.
Dus: test je kennis over huisdieren tijdens de Week van het Huisdier!
April: de kwispelende therapeut.
Blindegeleidehonden, Soho-honden, hulphonden - we horen er regelmatig van. Na een gedegen opleiding kunnen ze veel voor ons mensen betekenen. Er worden echter steeds meer nieuwe programma’s opgestart waarin honden een belangrijke rol spelen, maar die nog niet zo bekend zijn bij het grote publiek.
Amerikaanse universiteiten zetten bijvoorbeeld honden in voor studenten die aan stress leiden. In examentijd is een hond te leen bij de bibliotheek van Yale University: Monty, een bruine ruwharige border terriër. Gestresste studenten kunnen het dier een half uur meekrijgen en de ervaring leert dat Monty meestal helemaal volgeboekt zit. Studenten die hem leenden, vonden de ervaring leuk en therapeutisch.
Nederlandse universiteiten kennen nog geen therapiehonden, maar in Alkmaar is een school voor moeilijk lerende kinderen die al meer dan een jaar Winter, een zwarte Labradoodle, in de klas heeft. Winter heeft geen speciale opleiding als officiële hulphond - dan zou hij extra cursussen moeten doen. Maar hij stelt kinderen op hun gemak en helpt ook individuele kinderen. Bijvoorbeeld een meisje dat moeite heeft zich te uiten en contact te maken. Ze neemt Winter aan de lijn en oefent dan op een speelse manier met aanraken, houding, stemgebruik. Een hond oordeelt niet, een mens wel.
Wereldwijd worden steeds meer therapiehonden ingezet. Om mensen te kalmeren die iets traumatisch hebben meegemaakt. Om de communicatievaardigheden te verbeteren bij mensen met afasie. Om mensen te helpen afkicken van drugs. Om de stemming van chronisch zieken te verbeteren. Maar ook als ‘voorleeshond’ voor kinderen die in de klas bang zijn om uitgelachen te worden als ze hardop lezen, maar die dat tegenover een kwispelende hond wel durven. Voorbeelden om na te volgen!
Maart: Q-koorts.
Tijdenlang was het in het nieuws en daarna niets meer. Maar diergeneeskundig onderzoek gaat altijd door! Recent zijn nieuwe gegevens gepubliceerd omtrent Q-koorts die wij u niet willen onthouden.
In de periode 2007 tot 2009 vond een grote Q-koortsuitbraak plaats in Nederland, waarbij in totaal 3527 humane gevallen zijn gerapporteerd. Q-koorts is een zoönose - een ziekte die van dier op mens kan overgaan - die wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii. Kleine herkauwers, zoals schapen en geiten, worden gezien als de belangrijkste bron voor ziekte bij de mens. Deze zijn ook de meest voorkomende dieren op Nederlands kinderboerderijen. Kinderboerderijen spelen een belangrijke rol in de ontwikkeling en educatie van kinderen. Verspreid over Nederland zijn circa vierhonderd kinderboerderijen aanwezig. Gezamenlijk trekken zijn jaarlijks rond de 30 miljoen bezoekers.

Om vast te stellen of kinderboerderijen een mogelijke bron zijn voor humane Q-koorts heeft de Voedsel en Waren Autoriteit in 2009 een grootschalig onderzoek uitgevoerd onder schapen en geiten op kinderboerderijen. Een kleine 15% van de onderzochte kinderboerderijen bleek positief te zijn op de aanwezigheid van C. burnetii. Het grootste deel hiervan bevindt zich in Noord-Brabant en Limburg. Hoe groot het risico is om door bezoek aan een kinderboerderij een Q-koortsinfectie op te lopen is met de beschikbare gegevens niet nauwkeurig te schatten. Om de kans op verspreiding van de bacterie en hierdoor overdracht op andere dieren en de mens zover mogelijk te verkleinen zijn voor boerderijen met een publieksfunctie, zoals kinderboerderijen, enkele adviezen gegeven en bepaalde maatregelen, waaronder preventief vaccineren, verplicht gesteld.
U ziet, wanneer overheid en bedrijven de handen ineenslaan en elkaar over en weer goed informeren, kunnen veel zaken goed worden aangepakt. Hierdoor kunnen wij zonder problemen straks weer genieten van alle pasgeboren geitjes en lammetjes. Hoewel het voorjaar nog moet beginnen, is het lammerseizoen al weer in volle gang. Op veel geiten- en schapenboerderijen worden regelmatig open dagen georganiseerd om het “jonge spul” te komen bewonderen. Dat moet u zeker doen!
